Mosterd oogsten

Zo oogsten en verwerken wij onze mosterdzaden uit de moestuin tot mosterd.

Floor Korte
0 Minuten om te lezen

Van groenbemester naar zelfgemaakte mosterd – Zo oogsten wij onze eigen mosterdzaad

Soms ontstaan de leukste projecten eigenlijk helemaal per toeval. Dat is precies wat er gebeurde met onze gele mosterd.

Vorig jaar hebben we namelijk ruim 1.000 m² ingezaaid met gele mosterd als groenbemester. Niet met het idee om er mosterd van te maken, maar puur om onze bodem te verbeteren. Inmiddels hebben we de eerste kilo’s mosterdzaad geoogst en maken we er onze eigen mosterd van. En geloof me: dat is ontzettend leuk om te doen!

Waarom wij gele mosterd zaaien

Toen we vorig jaar begonnen op onze nieuwe moestuin wilden we vooral werken aan een gezonde bodem. Onze grond bestaat uit veenachtige klei. Een vruchtbare grondsoort, maar ook een bodem die behoorlijk compact kan zijn.

Gele mosterd is daarvoor een ideale groenbemester. De plant maakt een diepe penwortel die de grond als het ware openbreekt. Hierdoor wordt de bodem luchtiger en kunnen water, zuurstof en het bodemleven zich veel beter verspreiden.

Maar dat is niet het enige voordeel. Een groenbemester is eigenlijk een natuurlijke bodemverbeteraar. Uiteindelijk sterven de planten af en worden ze door schimmels, bacteriën en bodemdiertjes omgezet in organisch materiaal. Zo voed je de bodem op een natuurlijke manier, zonder kunstmest, en werk je ieder jaar aan een gezondere moestuin.

Een feest voor de bijen

Voordat de planten afsterven gebeurt er nog iets heel moois.

In april en mei verandert het hele veld in een zee van felgele bloemen. Het doet denken aan de koolzaadvelden die je in het voorjaar langs de snelweg ziet.

Niet alleen wij genieten daarvan, maar ook onze bijen. Ze vliegen massaal op de bloemen af. We merken zelfs dat de eerste honing die we ieder jaar oogsten heerlijk bloemig smaakt. Dat zal ongetwijfeld komen doordat de bijen duizenden gele mosterdbloemen tot hun beschikking hebben.

Van bloem naar mosterdzaad

Na de bloei ontstaan lange, smalle zaadpeulen. Eerst zijn de zaadjes nog groen, maar langzaam drogen de peulen in.

Wanneer weet je nu dat het tijd is om te oogsten?

Pak een plant voorzichtig vast en schud er zachtjes mee. Hoor je de zaadjes rammelen? Ik vergelijk het altijd met een sambabal. Zodra je dat gerammel hoort, weet je dat de mosterd klaar is om geoogst te worden.

Onze oogst

Wij hebben uiteindelijk ongeveer 150 m² met de hand geoogst. Gelukkig kregen we daarbij hulp, want met z’n tweeën is dat best een flinke klus.

Van die 150 m² haalden we uiteindelijk ongeveer 16 kilo mosterdzaad. Alles bij elkaar zijn we ongeveer acht uur bezig geweest met oogsten én schonen.

Dat klinkt misschien als veel werk, maar voor de hoeveelheid mosterdzaad die je ervoor terugkrijgt valt dat eigenlijk ontzettend mee.

Zo dorsen wij de mosterd

Nadat alle planten zijn afgeknipt begint het leukste gedeelte: de zaadjes uit de peulen halen.

Wij gebruiken daarvoor geen grote machines, maar gewoon een ronde cementkuip van ongeveer 65 liter.

Daar leggen we een flinke bos mosterdplanten in. Vervolgens kneden en draaien we de planten stevig door elkaar, een beetje alsof je een handdoek uitwringt.

Daardoor springen de droge peulen vanzelf open en vallen de mosterdzaadjes naar beneden.

Het kaf van het koren scheiden

Daarna moet natuurlijk nog het kaf verwijderd worden.

De mosterdzaadjes zijn veel zwaarder dan de droge vliesjes van de peulen. Daardoor kun je ze heel eenvoudig van elkaar scheiden met behulp van lucht.

In eerste instantie wilden we een complete zadenschoner bouwen met een stofzuiger, slangen en een houten constructie. Maar uiteindelijk bleek dat helemaal niet nodig.

We gebruikten gewoon twee bladblazers.

  • Eén kleine bladblazer hielden we boven de kuip.
  • Een krachtigere bladblazer blies horizontaal langs de opening.

Daardoor waaide het lichte kaf direct weg, terwijl de zware mosterdzaadjes netjes in de kuip bleven liggen. ( op mijn instagram pagina vind je een uitgebreide video ervan )

Binnen ongeveer een halve minuut hadden we bijna drie kilo prachtig schoon mosterdzaad.

Soms hoeft een oplossing dus helemaal niet ingewikkeld te zijn.

Van mosterdzaad naar zelfgemaakte mosterd

En dan begint natuurlijk het allerlekkerste gedeelte: zelf mosterd maken!

Het volledige recept vind je in mijn nieuwste boek Haal meer uit je moestuin (pagina 234), maar eigenlijk is het verrassend eenvoudig.

Ingrediënten (voor ongeveer 250 ml mosterd)

  • 50 gram mosterdzaad
  • 160 ml appelazijn of witte wijnazijn
  • 60 ml water
  • zout en kruiden naar smaak

Breek ongeveer een derde van de mosterdzaadjes grof in een koffiemolen, blender of vijzel. Meng deze samen met de hele mosterdzaadjes, de azijn en het water.

Laat het mengsel vervolgens ongeveer een week afgesloten in de koelkast staan. In die tijd nemen de mosterdzaadjes het vocht op en ontwikkelen zich de smaken.

Pureer daarna alles met een staafmixer. Hoe langer je mixt, hoe gladder de mosterd wordt.

Pittige of juist zachte mosterd?

Dat kun je heel eenvoudig zelf bepalen.

Gebruik je koud water, dan blijft de mosterd lekker pittig.

Gebruik je kokend water, dan wordt de mosterd juist veel milder. Door de hitte worden een deel van de scherpe smaakstoffen afgebroken.

Zo bepaal je helemaal zelf welke smaak jij het lekkerst vindt.

Eindeloos variëren

Het leuke aan zelf mosterd maken is dat je eindeloos kunt experimenteren.

Voeg bijvoorbeeld eens toe:

  • honing
  • dille
  • aardbeien
  • frambozen
  • blauwe bessen
  • verse kruiden uit de tuin

Zo maak je iedere keer weer een unieke mosterd.

Hoe lang kun je mosterd bewaren?

Bewaar je de mosterd in de koelkast en gebruik je steeds een schoon lepeltje of mes, dan blijft hij zonder problemen enkele maanden goed.

Maak je grotere hoeveelheden? Dan kun je de potjes ook wecken.

Wij wecken onze mosterd ongeveer 15 minuten op 90 °C in de weckketel of ongeveer 15 minuten in een pan met kokend water.

Daardoor blijft de mosterd veel langer houdbaar. Houd er wel rekening mee dat de smaak door het verhitten iets milder wordt.

Een kringloop die zichzelf in stand houdt

Wat ik misschien nog wel het mooiste vind aan dit hele proces, is dat er eigenlijk niets verloren gaat.

Al het kaf hebben we gewoon weer over het veld verspreid. Daarnaast blijven er altijd wat mosterdzaadjes achter in de grond. Vogels eten er een deel van op en een ander deel kiemt het volgende voorjaar gewoon weer.

Voor ons is dat alleen maar mooi. Op dit stukje tuin mag de gele mosterd namelijk ieder jaar terugkomen.

Zo hoeven we nauwelijks nieuw zaad te kopen en blijft de bodem zichzelf steeds verder verbeteren.

Dat vind ik misschien wel het mooiste van moestuinieren: de natuur doet uiteindelijk een groot deel van het werk zelf.

Ga jij ook mosterd zaaien?

Heb jij nog een stukje grond waar voorlopig niets op groeit? En houd je van zelfgemaakte mosterd?

Zaai dan eens gele mosterd. Je helpt niet alleen je bodem, maar ook de bijen én uiteindelijk jezelf. Mooier wordt het eigenlijk niet.