Waar moet je aan denken als je met een moestuin wilt starten?

Het is de perfecte tijd om lekker na te denken over wat je dit seizoen met de tuin wil doen. Misschien heb je nog geen moestuin, maar ben je enthousiast geraakt door mensen om je heen of gewoon omdat je graag wilt eten uit eigen tuin en op zoek bent naar een ontspannende hobby.


Als je wilt beginnen met een moestuin, is het heel belangrijk dat je een aantal dingen eerst goed checkt. Gewoon beginnen en kijken wat er gebeurt is nooit verkeerd en daar leer je ook heel veel van, maar een paar handige weetjes vooraf kunnen geen kwaad, vind je niet?!


Grond

Wat echt heel belangrijk is, is dat de grond de juiste samenstelling heeft. Doe eerst een bodemtest zodat je weet op wat voor soort grond jij je moestuin begint. Je kan deze bodemtest kopen in de winkel, een sample van de grond opsturen naar het lab en daarna wachten op de uitslag. Op deze manier krijg je alle benodigde informatie. Hierin staat onder andere wat je precies moet toevoegen aan de grond om het optimaal te krijgen.

Mocht je zo’n bodemtest niet willen doen, dan kun je zelf ook een snelle test doen met de grond. Neem een handje zand en knijp erin. Valt het zand tussen je vingers weg, dan heb je te maken met puur zandgrond. Deze grond is heel arm, maar wortels zullen hier bijvoorbeeld supergoed op groeien.

Kun je een plakkerig bolletje kleien van de grond, dan heb je te maken met kleigrond. Deze grond is heel hard en het is dus heel verstandig om vroegtijdig te beginnen met loswerken van de grond, zodat de grond sneller opwarmt en je in maart/april kan beginnen met zaaien in volle grond.


Heb je een grondsoort die wat daar tussenin zit? De grond is wel vast, maar ook weer niet te vast, dan heb je te maken met een combinatiegrond. Vaak zitten zand, klei en humus hierin vermengd. De samenstelling is dan heel erg verschillend. Deze grondsoort komt veel voor in tuinen die er al wat langer liggen.

In nieuwbouwwijken zie je vaak zandgrond en kleigrond komt veel voor rondom de riviergebieden.


Zaden

Het is goed om te weten dat ieder type zaad beter groeit op een bepaalde soort grond en plek in de moestuin, dus check dat vooraf goed. Maak een moestuintekening en een lijstje met wanneer je wat moet gaan zaaien. Dan hoef je je daar door het jaar heen niet meer druk om te maken en kun je lekker genieten van je moestuin.

Er zijn veel veschillende soorten zaden, bijvoorbeeld ecologisch geteelde zaden, “normale” zaden en F1 hybride-zaden. Hier zit natuurlijk verschil in en bekijk vooraf wat je precies wilt doen met je tuin. Je kunt bijvoorbeeld alles biologisch telen en dan kies je het beste voor de ecologische/biologische zaden.


F1 hybride zijn rassen die door een bepaalde techniek tot stand zijn gekomen. Ze combineren 2 rassen, die allebei een goede eigenschap hebben, met elkaar waardoor een nieuw ras ontstaat. Dit ras houdt dan enkel de goede eigenschappen over. De F1 zaden zijn wel een stuk duurder, maar dan heb je wel een ras wat meestal veel opbrengst geeft. Ook zijn ze vaak ziektebestendig en kunnen ze heel goed op een bepaalde grondsoort groeien. Het nadeel is wel dat je er niet meer mee kunt doorkweken. Als je met F1 hybride zaden zou doorkweken, blijft hierna bijna niks meer over de goede eigenschappen die in de eerste nakomelingen wel aanwezig waren.


Als je dus zaad wilt winnen, kun je het beste biologische zaden of normale zaden gebruiken.


Gereedschap

Ga altijd aan het werk met gereedschap van goede kwaliteit. Tuingereedschap is niet goedkoop, maar dit koop je maar één keer in je leven. Houd het goed schoon en veeg na iedere tuinbeurt even met een handbezem het zand eraf of droog het gereedschap af met een oude handdoek. Zo zorg je ervoor dat het gereerdschap niet gaat roesten en dan gaat het tientallen jaren mee.


Moestuinplan

Start een moestuin altijd met een moestuinplan: bedenk altijd eerst wat je lekker vindt en wat je veel eet. Een moestuin is leuk om te hebben, maar het is nog leuker om er gewassen uit te kunnen eten waar je blij van wordt. Maak een lijstje met wat je in de tuin wilt hebben. Start je voor het eerst met moestuinieren, kies dan vooral niet te moeilijke gewassen, maar begin met de basis.

Als je een lijstje hebt gemaakt met wat je allemaal in de tuin wilt verbouwen, is het goed om te kijken welke gewassen in de tuin vriendjes van elkaar zijn. Ik weet dat de meningen verdeeld zijn over combinatieteelt. Sommige moestuinders zweren erbij en sommige niet. Ik merk dat bij sommige combinaties het zeker wel helpt, zowel ondergronds als boven de grond. Door de bepaalde stoffen en geuren die sommige planten afgeven, blijven bepaalde beestjes weg (aaltjes bijvoorbeeld) of versterkt de stof die uit de wortels komt de plant van de buren (zoals aardbeien en knoflook). Ik zet ook altijd wortels en lente-ui of prei naast elkaar. Dit zorgt dat de wortel- en de uienvlieg wegblijven.


Het is iet alleen belangrijk om rekening te houden met goede en slechte buren, maar ook om wisselteelt toe te passen. Wisselteelt is eigenlijk heel makkelijk en goed voor je moestuingrond. Het is de afwisseling van de groentefamilies die geteeld worden op hetzelfde stuk grond in opeenvolgende moestuinjaren. Alle groenten worden verdeeld in 6 groepen/families en zo duurt het dus weer 6 jaar voordat dezelfde soort groente op dezelfde plek in de tuin of bak groeit. Dit doe je vooral om de bodem niet helemaal uit te putten en om ziektes te voorkomen. Het is ook goed om te weten dat door het wisselen van de gewassen de structuur van de bodem sterker wordt. Door de groei van diepe en ondiepe wortels wordt de grond luchtiger en hoef je minder te spitten en te ploegen. Daarnaast is dit ook beter voor de beestjes in de grond en het zorgt er hierdoor ook voor dat er minder ziektes zich in de grond kunnen nestelen.

Door de groentefamilies duidelijk en op een gelijkmatige manier onder te brengen in zones in de tuin, is het maar 1 keer nodig om een moestuinplan te maken. Het volgende jaar is het dan een kwestie van doorschuiven.


Water

Geef je planten voldoende water, maar ook vooral niet te veel. Als het nog zaailingen zijn, zijn ze erg gevoelig en kunnen dus ook door een teveel aan water ziektes oplopen of gewoon verdrinken. Geef de kleine zaailingen dus water met de plantenspuit. Zijn de planten groter, dan kun je gewoon water geven met de gieter of tuinslang. Bij warme zomerdagen is het goed om één keer in de 2 dagen veel water te geven aan het einde van de dag. Zou je het ‘s ochtends doen, dan verdampt het water veel te snel, omdat het geen tijd heeft gehad om de grond in te trekken. Als je het ‘s avonds doet en dan gelijk veel water geeft, kan het water goed in de grond trekken en ook diep komen. Als het water dieper zit, dan zullen de wortels ook dieper naar beneden gaan om het water te zoeken. Daar worden je planten ook een stuk sterker van en zijn minder gevoelig voor ziektes.


De volgende factoren zijn uiteindelijk het belangrijkst voor een succesvolle moestuin: tijd, plezier en veel geduld. Succes, je kan het!!­­­

Copyright © 2013 - 2020 Design by Floor Korte

Fotografie: Hanke Arkenbout

  • Facebook - grijze cirkel
  • Instagram - grijze cirkel